/

KRUIDEN VOLGEN OP HUN REIS DOOR EEUWEN EN CONTINENTEN

‘Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd haar te herhalen’. Een vaak geciteerde uitspraak die ook voor kruidengeneesmiddelen opgaat. Trends en commerciële belangen, handel in en fake news rond kruiden: het was er allemaal in het verleden en het is ook in het heden aan de orde. Hoogleraar Toine Pieters (Geschiedenis van de Farmacie aan de Universiteit Utrecht) stelde bij zijn oratie: ‘Historisch besef is een voorwaarde om op verantwoorde wijze beslissingen te kunnen nemen over de inrichting van de farmaceutische zorg nu en in de toekomst.’ Moderne digitale mogelijkheden kunnen het verleden ‘naar voren halen’. Voor kruidenliefhebbers liggen hier verborgen schatten die erop wachten opgegraven te worden. 


De leergroep Geschiedenis van de Farmacie beseft dat kruidenpreparaten een groot deel van de farmaceutische historie beslaan. Met behulp van het door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek gefinancierde project Time Capsule werd een internationale onderzoeksgroep opgericht, met als missie het onderzoek naar handel in kruiden door de eeuwen heen te faciliteren. Het doel daarbij is om een plant met medicinale toepassingen in de 16e, 17e en 18e eeuw helemaal te kunnen positioneren. Waar werd die plant geteeld? Hoe en door wie werd deze getransporteerd? Waar werd de plant opgeslagen en waar en door wie werd hij toegepast?

Gecombineerde zoekacties werden mogelijk door de koppeling van een groot aantal bestaande farmaceutische, (etno- en archeo-) botanische en linguïstische databases van instituten: de Stichting Farmaceutisch Erfgoed (SFE)*, museum Naturalis, Meertens Instituut (PLAND), Huygens ING-instituut, de Snippendaalcatalogus van de Hortus Botanicus Amsterdam en RADAR van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [1]. De SFE-thesaurus is gebaseerd op alle Nederlandse stadsfarmacopees die hebben bestaan (1636-1795) voordat er een nationale farmacopee kwam.

Omdat al deze databases hun eigen opbouw hebben, was het geen sinecure hier werkbare en zinvolle verbindingen tussen te maken. Er is ruim twee jaar besteed aan het opzetten van een structuur hiervoor. De verschillende manieren van zoeken in Time Capsule ondersteunen het intuïtieve denkproces van de onderzoeker. Gegevens die worden gevonden bieden input om binnen het platform verder te zoeken. De herkomst van gegevens is voortdurend terug te vinden; zij vormen daardoor een waardevolle basis voor wetenschappelijk verantwoord onderzoek. Ook gasten kunnen van Time Capsule gebruik maken.
Na de beëindiging van de subsidieperiode is het werk aan de database stil komen te liggen, ondanks de belangstelling uit binnen- en buitenland. Er wordt nu gedacht aan een uitbouw in samenwerking met de Botanische Tuinen van Universiteit Utrecht.

UITWERKING VOOR KINABAST

De bedoeling van het Time Capsule-project is dat historici de kruiden en plantaardige geneesmiddelen in een bredere context dan bijvoorbeeld alleen herbaria kunnen plaatsen. Het eerste project dat werd aangepakt tijdens de ontwikkeling van Time Capsule betrof het historische traject van de Peruviaanse kinabast (Cinchona spp., Rubiaceae) van exotische plant tot handelswaar. Hierbij speelde Nederland een kardinale rol in een internationale context, waarbij medisch gebruik en handel elkaar stimuleerden. Wouter Klein promoveerde hierop in 2018 [2]. Hij inventariseerde met name de manier waarop dit product in de 17e en 18e eeuw werd aangeprezen in krantenadvertenties.

Onderzoek naar kruidengeneesmiddelen is lastig voor tijden waarin er nog geen wetenschappelijke classificatie van planten bestond. Sowieso was het bij de ‘geheime recepten’ (met soms exotische panacees erin) niet altijd duidelijk welke plant werd gebruikt. Maar ook bij normale simplicia was dit niet altijd vanzelfsprekend. Zodra een product (zoals de Peruviaanse bast) populair werd, kreeg men vaak met vervalsingen te maken.

Een voorbeeld uit Kleins onderzoek betreft een brief die Christiaan Huygens in 1663 schreef aan zijn broer Constantijn. Deze brief betrof zijn andere broer Lodewijk, die op reis was om zijn klokken te verkopen. Die broer had na een verblijf bij een geliefde in Zeeland namelijk een malaria-achtige ziekte (‘Zeeuwse koorts’) opgelopen. Christiaan Huygens noemt in zijn brief de Peruviaanse bast (kin-kina) als mogelijk kansvol nieuw koortsgeneesmiddel. Een interessante bron, maar om de betekenis in context te kunnen begrijpen, is het nodig om te weten of er in dat jaar in die streek al kinabast werd verkocht, met welke claims, en wat anderen hierover schreven.

Kleins onderzoek laat duidelijk zien dat de inherente farmaceutische eigenschap van een product slechts een van vele factoren is die de populariteit ervan bepalen. Naast epidemiologische factoren, zoals met name het koortsjaar 1727-1728, speelden promotie-activiteiten hierbij een grote rol. De groeiende populariteit werd aangewakkerd door de adverterende veilinghandelaars, die gebaat waren bij een bestendige aanvoer van de exotische middelen door bijvoorbeeld de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie, mede omdat ze hier zelf ook afhankelijk van waren voor hun bestaan. Daarnaast waren er opportunistische ongekwalificeerden die ‘geheimmiddelen’ (met onbekende samenstelling) aanprezen en verkochten. Ook deze ketens werden door groeiende omzet verstevigd, maar niet noodzakelijkerwijs voor specifieke planten. Interessant is dat tijdens de koortsepidemie van 1727-1728 zowel handelaars in cascarilla, de bast van de plant die nu wordt aangeduid als Croton elutaria (Euphorbiaceae), als handelaars in ‘geheimmiddelen’ adverteerden met de slogan: ‘bevat geen Peruviaanse bast’. Kennelijk waren er veel bijwerkingen aan het licht gekomen en gold cascarilla als ‘milder’. Of allerlei aanbevolen cascarillapreparaten in werkelijkheid (mixen met) Cinchona spp. waren, valt nog nader te bezien.

Klein bespreekt ‘geheimmiddelen’ in contrast met de reguliere middelen die via artsen en apothekers werden verstrekt. Aan het eind van de 18e eeuw lijken ‘geheimmiddelen’ hun invloed uit te breiden ten koste van de reguliere. Voor die tijd waren de medische gilden goed beschermd door hun positie in stad en land. Deze gilden probeerden regionale monopolies te vestigen. Er kwam echter meer en diverser aanbod in de handel. Veel mensen kochten zowel bij apotheken als bij verkopers van ‘geheimmiddelen’ en kruidenpreparaten. De ongereguleerde handelaars breidden uit via krantenadvertenties en zochten hun klanten niet alleen in de stad, maar ook op het platteland en in verre streken. Dit leidde tot zowel een fysieke als mentale afstand tussen verkoper en gebruiker en een meer commerciële insteek. De persoonlijke benadering werd vervangen door een klantgerichte, zakelijke aanpak.

CASUS ASAFOETIDA

Een tweede casus die Klein beschrijft als voorbeeld van het gebruik van Time Capsule is die van asafoetida, de stinkende gomhars uit de wortel van Ferula assa-foetida (Apiaceae). Deze plant werd als duivelsdrek al tweeduizend jaar geleden door Dioscorides besproken en is vanaf de oudheid gebruikt als substituut voor de populaire Silphium die door teveel oogsten was uitgestorven**. In de 16e eeuw werd de plant opnieuw populair in West-Europa en via Time Capsule werden er verschillende transporten gevonden in de archieven van de VOC, die vanuit India via (het huidige) Indonesië of Sri Lanka naar Nederland gingen.

Van de dissertatie van Klein zal binnenkort een boekuitgave verschijnen. Er lopen verschillende aanvragen om met behulp van Time Capsule meer onderzoek te doen naar geneeskruiden in de geschiedenis.

AUTEURSGEGEVENS | Prof. dr. A.H.L.M. (Toine) Pieters bezet in Utrecht de leerstoel in de Geschiedenis van de Farmacie en is tevens hoofd van het Freudenthal Instituut. Drs. A.G.M. (Tedje) van Asseldonk is bioloog, fytotherapie-docent, kruidenteler, lid van de redactie van dit tijdschrift en was van 1999-2015 hoofd van het NVF-bureau. Reacties naar: asseldonk@ethnobotany.nl.

REFERENTIES | [1] Time Capsule-project. Via: timecapsule.nu; geraadpleegd: 15-11-2021. [2] Klein, W. New drugs for the Dutch republic – The commodification of fever remedies in the Netherlands (c. 1650-1800). Diss. Utrecht. FI Scientific Library no.101; 2018.